Opdragen Kinderen


Een blijde gebeurtenis in onze gezinnen met de geboorte van een baby, krijgt meestal z’n vervolg door dit kind op te dragen in ”het midden” van de gemeente. De ouders maken een afspraak met de voorganger, en familie en vrienden worden uitgenodigd om de dienst waarin het kind wordt opgedragen mee te maken.
Wat is nu de bijbelse grond voor dit opdragen en wat gebeurt er eigenlijk? Als inleiding voor het opdragen wordt meestal het gedeelte gelezen uit Matth. 19, Marcus 10 of Lucas 18, waar beschreven wordt hoe Jezus de moeders uitnodigt om de kinderen bij Hem te laten komen, zodat Hij ze kan zegenen.

Jezus gaf daarbij heel duidelijk te kennen dat kinderen dus deel hebben aan het Koninkrijk van God. Ook in onze gemeente worden in navolging hiervan de kinderen aan Vader God opgedragen en in de naam van Jezus gezegend.
In 1 Cor.7:14 zegt Paulus, sprekende over het huwelijk, dat kinderen van gelovige ouders of zelfs van één van hen, heilig zijn, dat wil zeggen door God apart gezet. Onwetende kinderen kunnen zelf nog geen verbond sluiten met God, maar op grond van hun geboorte uit gelovige ouders worden ze heilig genoemd en genieten daarmee dezelfde voorrechten als de ouders. Alle beloften van God zijn ook voor de kinderen ”ja en amen”.

De ouders zijn verantwoordelijk dat hun kinderen daar ook daadwerkelijk deel aan hebben. Zo staan zij niet alleen natuurlijk, maar ook geestelijk op de bres voor de aan hen toevertrouwde kinderen. In de groei naar volwassenheid gaan de kinderen zelf meer en meer verantwoordelijkheid dragen en er komt dan ook een moment dat ze zelf de keus maken om Jezus te volgen. Dan is ook het moment aangebroken om hier openlijk getuigenis van af te leggen door zich te laten dopen door onderdompeling. Je oude leven begraaf je dan maar daarna sta je ook op tot een nieuw leven tot eer van God.

Dit verbond met God wordt ook bevestigd in het avondmaal als Jezus zegt: ”Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed”. Een nieuw verbond met God wordt gesloten op basis van het offer van Jezus en de reiniging door zijn bloed. Zo is de nieuwe en levende weg open naar de Vader.
Zolang kinderen dan ook onder de geestelijke verantwoordelijkheid van de ouders vallen, zijn deze zich bewust van het gewicht hiervan en dragen daarom het kind op aan God. Hierin komen een aantal facetten naar voren:

  1. Ouders belijden hun onvermogen om dit allemaal zelf te kunnen en vragen om Gods zegen en bescherming over dit kind wat hen is toevertrouwd.

  2. De gemeente is getuige van deze gebeurtenis en is daarom medeverantwoordelijk voor de kinderen van de gemeente. Ouders mogen rekenen op de geestelijke steun van de leiders van de gemeente, maar broeders en zusters kunnen ook met raad en daad terzijde staan. In zekere zin neemt de gemeente ook een deel van de geestelijke vorming voor haar rekening door het onderwijs dat gegeven wordt aan kinderen, tieners en jeugd.
  3. Onze kinderen worden bij het opdragen ook vrij gezet van negatieve werkingen vanuit het voorgeslacht. We ontzeggen daarmee de satan de mogelijkheid om door negatieve beïnvloeding op het gebied van bijvoorbeeld occultisme, verslavingen of negatieve karaktereigenschappen onze kinderen te ondermijnen. We mogen in de naam van Jezus deze verbindingen die kunnen doorwerken tot in het derde en vierde geslacht verbreken en tenietdoen.

Wij vinden in de bijbel ook het voorbeeld van het opdragen van Jezus veertig dagen na de geboorte (Luk.2:22-39). Al was dit naar de gewoonte der wet een reinigingsoffer, toch was het ook om Hem aan de Here voor te stellen (vers 22).
Alle eerstelingen waren voor de Here, maar de eerstgeborenen van het mannelijk geslacht konden door een offer worden ”gelost”. Door het bloed aan de deurpost werden alle eerstgeborenen van Israël gespaard, maar van de Egyptenaren gedood. In het N.T. is er geen onderscheid meer tussen mannelijk en vrouwelijk, (Gal.3:28) maar God heeft ons voortgebracht om allen eerstelingen te worden onder Zijn schepselen (Jak 1:18).
Het offer om ons te verlossen heeft Jezus gebracht aan het kruis van Golgotha. Zijn bloedstorting is zo ook onze bescherming geworden voor (gelovige) ouders en hun kinderen.

Bij het opdragen van Jezus werden er ook profetische woorden uitgesproken door ”gemeenteleden”, (Simeon en Hanna). God heeft een plan voor elk kind dat aan ons wordt toevertrouwd (zie Ps.139:16). Het is bemoedigend en vertroostend als de Heilige Geest ons inspireert om iets van dat plan te laten zien. Zo mogen wij ook als gemeente ons uitstrekken om gedachten van God door te geven.

Het zal u uit het bovenstaande duidelijk zijn geworden dat het opdragen van onze kinderen een belangrijke gebeurtenis is, die we elke keer heel bewust met elkaar willen beleven.